Anesthesiologie

Op deze pagina vindt u informatie over de verdoving (narcose) tijdens en na de operatie.

Voor het maken van een afspraak belt u (0299) 457 534 (preop-poli).

Algemeen

Anesthesiologie richt zich op narcose (verdoving) tijdens en na de operatie.

Anesthesioloog
Een anesthesioloog is een arts die gespecialiseerd is in de verschillende vormen van anesthesie, pijnbestrijding en intensieve zorg rondom de operatie. De anesthesioloog is op de hoogte van uw ziektegeval.

Voor uw operatie heeft u een gesprek met de anesthesioloog op de preop-poli. Hij of zij zal u mogelijk vragen stellen over uw gezondheid, welke medicijnen u gebruikt en of u allergisch bent voor bepaalde medicijnen. Zo krijgt de anesthesioloog een indruk over uw gezondheidstoestand.

Tijdens de operatie is de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker (assistent van de anesthesioloog) voortdurend bij u. Zonodig kan de anesthesioloog ieder moment de anesthesie bijstellen. Ook zorgt de anesthesioloog ervoor dat uw vochtgehalte op peil blijft en dat u een bloedtransfusie krijgt toegediend bij sterk bloedverlies tijdens de operatie. Daarnaast zorgt hij voor de bestrijding van pijn en misselijkheid na de operatie.

Soorten anesthesie

Er bestaan vier verschillende vormen van anesthesie (verdoving): algehele anesthesie, regionale anesthesie, lokale anesthesie en sedatie. Hieronder volgt meer informatie:

Algehele anesthesie

Algehele anesthesie wordt ook wel narcose genoemd. U wordt voor de operatie in slaap gebracht, waardoor u helemaal niets van de operatie merkt of voelt.

Via een infuusnaald in de arm, of in sommige gevallen met behulp van een kapje,  wordt door de  anesthesioloog het narcosemiddel toegediend. U valt binnen een halve minuut in een diepe slaap. Via de infuusnaald kunnen tijdens de operatie extra vocht, pijnstillende middelen of slaapmiddelen toegediend worden.

U krijgt plakkers op de borst om de hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. De bloeddruk wordt aan de arm gemeten.

Zie ook voorlichtingsfilm 1 en 5 over algehele anesthesie. Op de voorlichtingsfilms kunt u zien hoe algehele anesthesie in zijn werk gaat.

Controle ademhaling
Om de ademhaling tijdens de anesthesie te kunnen controleren wordt in veel gevallen, voordat de operatie begint, een plastic buisje in de keel gebracht. U merkt daar niets van, want u bent dan onder narcose.

Tijdens de operatie
Tijdens de operatie blijft de anesthesioloog of de assistent voortdurend bij u. De anesthesioloog bewaakt en bestuurt tijdens de operatie de functies van uw lichaam. Dankzij de bewakingsapparatuur kan precies worden vastgesteld hoe uw lichaam op de operatie reageert. De ademhaling en de bloedsomloop kunnen zo nodig worden bijgestuurd en er worden medicijnen toegediend om de narcose te onderhouden.

Het wakker worden uit de narcose
U kunt zich zo kort na de operatie nog slaperig voelen en af en toe wegdommelen. Dat is heel normaal. Met het uitwerken van de narcose kan er pijn optreden in het operatiegebied. Door de anesthesie, maar ook als gevolg van de operatie kan er misselijkheid optreden. U kunt de verpleegkundige gerust vragen om een pijnstiller of een middel tegen misselijkheid.

Bijwerkingen
U kunt na een operatie onder algehele anesthesie last hebben van de volgende bijwerkingen:

  • Pijn, misselijkheid, overgeven. Deze bijwerkingen komen vaak voor. Hiervoor bestaan medicijnen;
  • Suf voelen;
  • Kriebelig gevoel achter in de keel of keelpijn kan ontstaan door een buisje dat in uw keel of luchtpijp heeft gezeten tijdens de narcose.
  • Een enkele keer raakt de plek waar het infuusnaaldje zit ontstoken. Meestal is dit een onschuldige reactie, die vanzelf verdwijnt;
  • Dorst. Als u wat mag drinken, doe dan voorzichtig aan. Mag u niet drinken dan kan de verpleegkundige uw lippen nat maken om de ergste dorst weg te nemen.

De verpleegkundigen weten precies wat ze u kunnen geven. U mag er gerust om vragen.

Regionale anesthesie

Bij regionale anesthesie (verdoving) wordt een gedeelte van uw lichaam, bijvoorbeeld een arm of het gehele onderlichaam, tijdelijk gevoelloos en bewegingloos gemaakt. Door een verdovingsmiddel rond een zenuw te spuiten kunnen zenuwen of zenuwbanen tijdelijk worden uitgeschakeld.

Bij regionale verdoving worden de zenuwen die op pijn reageren zo volledig mogelijk uitgeschakeld. Het gevoel verdwijnt soms niet helemaal. Het is normaal als u voelt dat u wordt aangeraakt. Vaak lopen de pijnzenuwen samen met de zenuwen die de spieren laten werken. Die worden met de verdoving ook tijdelijk uitgeschakeld. De spieren raken dan verlamd: ze werken even niet. Als de verdoving volledig is uitgewerkt, hebt u weer de normale kracht en beheersing over uw spieren.

  • Ruggenprik: deze prik, laag in de rug, verdooft uw onderste lichaamshelft. In de rug lopen vanuit het ruggenmerg grote zenuwen naar het onderlichaam en de benen. Deze zenuwbanen worden met een ruggenprik verdoofd. Die prik komt niet in de buurt van het ruggenmerg en dat kan dus niet beschadigd raken;
  • Regionale verdoving: met een andere techniek is het mogelijk om bijvoorbeeld één arm te verdoven. Een arm kan worden verdoofd door de zenuwknoop (plexus) die naar de arm loopt tijdelijk uit te schakelen door rond de zenuwen een verdovingsmiddel in te spuiten, bijvoorbeeld in de oksel of in de hals.

Tijdens een regionale verdoving bent u in principe gewoon wakker. Als dit u niet prettig lijkt, kan de anesthesioloog u tijdens de operatie laten slapen. Dit is geen narcose, maar slaap zoals na het innemen van een slaaptablet. Dit kan wel de opnametijd op de afdeling dagbehandeling verlengen.

In vergelijking met algehele anesthesie, is het belangrijkste voordeel van regionale anesthesie, dat u na de operatie vrijwel niet misselijk bent en minder snel pijn krijgt.

Ruggenprik
U wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur. Uw bloeddruk wordt gemeten. Er wordt een infuusnaald ingebracht in een arm. Afhankelijk van de voorkeur van de anesthesioloog wordt u gevraagd te gaan zitten of op een zij te gaan liggen. De ruggenprik is niet pijnlijker dan een gewone injectie. Als de verdoving is ingespoten merkt u eerst dat uw benen warm worden en gaan tintelen. Later worden ze gevoelloos en slap evenals de rest van het onderlichaam. Gedurende de operatie blijft de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker bij u. U blijft bij bewustzijn. Van de operatie ziet u niets; alles wordt afgedekt met doeken. Als u toch liever slaapt, dan kunt u om een licht slaapmiddel vragen.

Afhankelijk van het gebruikte medicijn kan het drie tot zes uur duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt. Met het uitwerken van de verdoving kan ook pijn optreden. Wacht niet te lang de verpleegkundige om een pijnstiller te vragen.

Vaak kunt u de benen een tijd lang niet goed bewegen. Ook plassen kan soms problemen opleveren. Deze verschijnselen duren enkele uren. Tijdens de operatie voelt u geen pijn. Als u toch last of pijn heeft, wordt u helemaal verdoofd.

Soms wordt na een ruggenprik een dun slangetje in de rug achtergelaten: een ‘epiduraal katheter’. Via dit slangetje kunnen middelen toegediend worden voor pijnstilling de eerste dagen na de operatie. Soms kunt u zelf de pijnstilling toedienen met behulp van een pompje met pijnstillers.

Bijwerkingen tijdens de ruggenprik

  • Onvoldoende pijnstilling: het kan voorkomen dat de verdoving bij u onvoldoende werkt. Soms kan de anesthesioloog nog wat extra verdoving bijgeven. In andere gevallen is het beter om voor een andere anesthesievorm te kiezen, bijvoorbeeld narcose. De anesthesioloog zal dat met u overleggen;
  • Lage bloeddruk: als bijwerking van een ruggenprik kan een lage bloeddruk optreden. De anesthesioloog is hierop bedacht en zal daartegen maatregelen nemen;
  • Hoge uitbreiding: soms komt het voor dat het verdoofde gebied zich verder dan bedoeld naar boven uitbreidt. U merkt dat doordat uw handen gaan tintelen. Misschien kunt u wat moeilijker ademen. De anesthesioloog zal u wat extra zuurstof toedienen. Meestal zijn de klachten daarmee opgelost;
  • Moeilijkheden met plassen: de verdoving strekt zich uit tot de blaas. Het plassen kan daardoor moeilijker gaan dan normaal. Het kan nodig zijn de blaas met een katheter leeg te maken.

Bijwerkingen en complicaties nadat de ruggenprik is uitgewerkt

Het verdovingsmiddel voor de ruggenprik kan enkele uren gevoelloosheid en verminderde kracht in het onderlichaam en benen geven. Ook kunt u hoofdpijn of rugpijn krijgen.

  • Rugpijn: het komt voor dat er rugpijn ontstaat op de plaats waar de prik is gegeven. Dit heeft te maken met de houding tijdens de operatie. De klachten verdwijnen meestal binnen enkele dagen;
  • Hoofdpijn: na een ruggenprik kan hoofdpijn optreden. Deze hoofdpijn onderscheidt zich van ‘gewone’ hoofdpijn doordat de pijn minder wordt bij platliggen en juist erger wordt bij overeind komen. Meestal verdwijnt deze hoofdpijn binnen een week vanzelf. Als de klachten zo hevig zijn dat u het bed moet houden, neemt u dan contact op met de anesthesioloog. Deze heeft mogelijkheden om het natuurlijk herstel te bespoedigen.

Plexusanesthesie van de arm
De arm kan worden verdoofd door de zenuwknoop (plexus) die naar de arm loopt tijdelijk uit te schakelen door rond de zenuwen een verdovingsmiddel te spuiten, bijvoorbeeld in de oksel of in de hals. Om u tijdens de operatie zo nodig medicijnen te kunnen toedienen krijgt u een infuusnaald in de andere arm. Afhankelijk van de plaats waar u geopereerd gaat worden, krijgt u de verdovingsprik in de hals of in de oksel.

De anesthesioloog prikt nu met een naald op de plaats waar de zenuwen lopen die naar de arm gaan. Als u tintelingen in de arm of de hand voelt dan moet u niet bewegen, maar dat direct zeggen. De anesthesioloog weet dan dat de naald op de goede plaats zit. Het kan ook zijn dat de anesthesioloog een zogenaamde zenuwprikkelaar gebruikt. Met een lage elektrische stroom wordt de zenuw dan geprikkeld. U merkt dat doordat de arm of de hand onwillekeurig beweegt. Het is belangrijk dat u tijdens het prikken stil blijft liggen. Als de naald op de goede plaats zit, spuit de anesthesioloog het verdovende middel in.

Korte tijd later merkt u dat de arm of hand gaat tintelen en warm wordt. Later verdwijnt het gevoel en kunt u de arm en hand niet meer bewegen. Als de verdoving is uitgewerkt keren de beweging en het gevoel weer terug.

De verdoving moet 15 tot 30 minuten inwerken voordat het effect optimaal is. Tijdens de operatie blijft u wakker, maar als u dat liever niet hebt kunt u om een slaapmiddel vragen. Overigens ziet u niets van de operatie: alles wordt met doeken afgedekt.

Afhankelijk van het gebruikte medicijn kan het drie tot zes uur duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt. Met het uitwerken van de verdoving kan ook pijn optreden. Wacht niet te lang de verpleegkundige om een pijnstiller te vragen.

Na een plexusanesthesie van een arm hoeft u soms niet in het ziekenhuis te blijven totdat de verdoving is uitgewerkt. Dat hangt of van de operatie die bij u is verricht. Zolang de arm verdoofd is moet u hem in een draagdoek (mitella) houden.

Bijwerkingen en complicaties

  • Onvoldoende pijnstilling: het kan voorkomen dat de verdoving bij u onvoldoende werkt. Soms kan de anesthesioloog nog wat extra verdoving bijgeven. In andere gevallen is het beter om voor een andere anesthesievorm te kiezen, bijvoorbeeld narcose. De anesthesioloog zal dat met u overleggen;
  • Postoperatieve tintelingen: door irritatie van de zenuwen door de prik of door de gebruikte medicijnen kunt u nadat de verdoving is uitgewerkt nog enige tijd last houden van tintelingen in de arm en de hand. Deze tintelingen verdwijnen in de meeste gevallen in de loop van weken tot maanden vanzelf;
  • Overgevoeligheidsreacties: overgevoeligheid voor de gebruikte verdovingsmiddelen komt soms voor. Dit kan zich uiten in benauwdheid, huiduitslag, lage bloeddruk. Behandeling is meestal goed mogelijk;
  • Toxische reacties: de zenuwen die verdoofd moeten worden, lopen vlakbij grote bloedvaten. Het is mogelijk dat er verdovend medicijn direct in de bloedbaan komt. Dat uit zich in een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, een slaperig gevoel, hartritmestoornissen, trekkingen en uiteindelijk bewusteloosheid. Behandeling is meestal goed mogelijk.

Zie ook voorlichtingsfilms nummer 2, 3 en 4 over regionale anesthesie. Op de voorlichtingsfilms kunt u zien hoe regionale anesthesie in zijn werk gaat.

Lokale anesthesie

Deze vorm van anesthesie wordt toegepast bij kleine ingrepen. U krijgt een prik dicht bij de te behandelen plaats.
Het is niet noodzakelijk dat de anesthesioloog deze prik geeft, vaak doet de behandelende chirurg dat zelf. Hierbij wordt een klein stukje huid “plaatselijk” verdoofd om bijvoorbeeld een wond te hechten. Oogoperaties worden vaak onder plaatselijke verdoving uitgevoerd.

Sedatie

Wanneer u in het Waterlandziekenhuis een uitgebreid onderzoek en/of behandeling ondergaat, kan het zijn dat dit onderzoek/deze behandeling plaatsvindt onder sedatie. Sedatie betekent letterlijk het verlagen van het bewustzijn van een patiënt. Dit gebeurt door middel van toediening van geneesmiddelen via een klein infuusnaaldje in een ader van uw hand of arm. Sedatie zorgt er in het algemeen voor dat u een onplezierig onderzoek of behandeling als acceptabel ervaart.

Meer informatie over sedatie kunt u lezen in de Sedatie.

Welke vorm van verdoving is voor u geschikt?

De anesthesioloog overlegt met u welke vorm voor u de beste is. De keuze hangt af van verschillende factoren, zoals uw leeftijd, lichamelijke conditie en het soort operatie. Uw eigen wensen kunt u voorleggen aan de anesthesioloog die daarmee rekening houdt bij de beslissing over het soort anesthesie. Het kan zijn dat de anesthesioloog u voorstelt narcose te combineren met een ruggenprik. Het voordeel daarvan is de mogelijkheid om na de operatie een betere pijnstilling te geven.

Veilig
Bijna iedereen ziet op tegen een operatie of voelt zich onzeker. Uw artsen en verpleegkundigen zijn hier aan gewend en kunnen u geruststellen.

Door verbetering van de bewakingsapparatuur, het beschikbaar komen van moderne geneesmiddelen en door een goede opleiding van de anesthesioloog en anesthesiemedewerkers is anesthesie tegenwoordig zeer veilig. Ondanks alle zorgvuldigheid zijn complicaties niet altijd te voorkomen. Zo kunnen er allergische reacties op medicijnen optreden. Bij het inbrengen van het beademingsbuisje kan uw gebit worden beschadigd. En door een ongelukkige houding tijdens de operatie kan een zenuw in de arm of het been beklemd raken, waardoor tintelingen en krachtverlies kunnen blijven bestaan.

Het optreden van ernstige complicaties door de anesthesie is vrijwel altijd te wijten aan een calamiteit, of het hangt samen met uw gezondheidstoestand voor de operatie. Vraag uw anesthesioloog gerust of de anesthesie in uw geval bijzondere risico’s met zich meebrengt.

Voorbereiding

Anesthesiespreekuur / Preoperatieve poli
Voor uw operatie bezoekt u het anesthesiespreekuur op de preoperatieve poli.

Een bezoek aan de preop poli duurt gemiddeld één uur. U krijgt hier een gesprek met een apothekersassistent over eventueel medicijngebruik en u dient een vragenlijst in te vullen op de computer. Daarnaast wordt uw gewicht, lengte, bloeddruk, pols en saturatie gemeten. Vanaf een leeftijd van 60 jaar en op indicatie wordt een ECG gemaakt (hartfilmpje) en u krijgt een gesprek met de anesthesioloog en de verpleegkundige.

De anesthesioloog bespreekt met u welke soort anesthesie voor u het beste is en of er nog aanvullend onderzoek nodig is. Uiteraard kunt u zelf vragen stellen aan de anesthesioloog. De anesthesioloog die u dan spreekt, is niet altijd dezelfde anesthesioloog die u tijdens uw operatie verdooft en begeleidt.

Het is heel belangrijk dat de anesthesioloog op de hoogte is van uw ziektegeschiedenis, gezondheidstoestand, allergieën en medicijngebruik. Ook wil hij weten of u een kunstgebit, loszittende tanden of kronen heeft. Er kan dan extra zorg aan uw gebit worden besteed. Dit kan schade, bijvoorbeeld bij onverwachte bewegingen, voorkomen.

De anesthesioloog bepaalt niet op welke datum u geopereerd wordt. Hij weet ook niet hoe lang de wachttijd voor uw operatie is. Dit wordt door de afdeling opname gepland.

Voorbereiding thuis op de operatiedag
De algemene regel is dat u minimaal zes uur voor uw operatie nuchter blijft. Dit voorkomt dat u tijdens of na de operatie moet overgeven. Nuchter zijn betekent: niet eten en niet drinken. Uitzondering hierop is dat u tot twee uur voor de operatie met mate water en thee zonder melk mag drinken. Van de afdeling opname hoort u het tijdstip dat u nuchter moet zijn. Als u medicijnen (bijvoorbeeld bloedverdunners) gebruikt, krijgt u van de anesthesioloog te horen welke u kan blijven gebruiken en welke niet.

Voorbereiding op de verpleegafdeling

Op de afdeling bereidt de verpleegkundige u voor op de operatie. U krijgt een operatiejasje aan. Verder vragen wij u uw kunstgebit, gehoorapparaat, bril, sieraden en contactlenzen te verwijderen.

U wordt gevraagd geen make-up en nagellak te dragen. Overleg zonodig met de verpleegkundige of kostbaarheden op een veilige plaats bewaard kunnen worden. Bij een ruggenprik kunt u uw bril en gehoorapparaat blijven dragen. Afhankelijk van de operatie, onthaart de verpleegkundige de plaats van behandeling.

Voor de meeste operaties krijgt u medicijnen ter voorbereiding op de verdoving, zoals tabletten en een injectie. U kunt hier slaperig van worden en een droge mond van krijgen.

De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. Daar ziet u de anesthesioloog en de assistent.

Roken
Het is verstandig in de uren voor de operatie niet te roken. De ademhalingswegen van rokers zijn vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontstekingen. Bovendien kan hoesten na de operatie erg pijnlijk zijn.

Tijdens en na operatie

Op de operatiekamer
De verpleegkundige/brancardier rijdt u in uw bed naar het operatiekamercomplex. Hier wordt u ontvangen door een anesthesiemedewerker. U stapt over op een smaller en harder operatiebed. De anesthesiemedewerker brengt u naar de operatiekamer. U krijgt een infuusnaaldje ingebracht; soms wordt hierdoor vocht toegediend.

Op de operatiekamer sluit de anesthesiemedewerker u aan op de bewakingsapparatuur. Hiermee wordt tijdens de operatie uw ademhaling, bloeddruk, hartslag en zuurstofconcentratie in het bloed bewaakt.

Uitslaapkamer
U wordt wakker op de uitslaapkamer (verkoever), waar gespecialiseerde verpleegkundigen uw toestand in de gaten houden. Zij hebben steeds overleg met de anesthesioloog. Als de pijnstillende werking van de verdoving afneemt, kunt u aan de verpleegkundige iets vragen tegen de pijn. Hetzelfde geldt voor wanneer u zich misselijk voelt. De anesthesioloog heeft precies opgegeven wat u op dat moment mag hebben.

Ook hier bent u aangesloten op de bewakingsapparatuur. U heeft een infuusnaaldje, meestal in uw hand of arm. U heeft nauwelijks last van zo’n infuus. Als de arm stijf wordt, dan kunt u hem gerust bewegen. Vooral het op en neer bewegen van de vingers geeft vaak al een opgelucht gevoel.

Schrik niet als u een slangetje in uw neus heeft. Alle patiënten krijgen na de operatie extra zuurstof toegediend.

Terug naar de verpleegafdeling
Wanneer uw toestand stabiel is, mag u van de uitslaapkamer af. Een verpleegkundige van de afdeling haalt u op en brengt u terug naar uw kamer. Soms is het nodig de patiënt intensiever te bewaken. In dat geval gaat u naar de Intensive Care afdeling. Als dit bij u het geval is, bespreekt uw arts dit voor de operatie met u. Zowel op de Intensive Care als op de verpleegafdeling kunt u bezoek ontvangen.

Dagbehandeling
Als u dezelfde dag naar huis mag, zorg er dan voor dat u door een volwassene begeleid wordt en dat u niet alleen thuis bent. Regel vervoer per taxi of eigen auto, maar rijd zelf niet! Doe het thuis de eerste 24-uur na de operatie rustig aan. Bestuur geen machines. Neem geen belangrijke beslissingen. Eet en drink licht verteerbare voedingsmiddelen.

Het is heel gewoon dat u zich na een operatie nog een tijdlang niet fit voelt. Dit ligt niet alleen aan de anesthesie, maar aan de ingrijpende gebeurtenis die iedere operatie nu eenmaal is. Het lichaam moet zich in zijn eigen tempo herstellen. Dit heeft tijd nodig.

Bijwerkingen
Anesthesie kan bijwerkingen geven. De meeste bijwerkingen zijn binnen enkele dagen weer verdwenen. Zie voor bijwerkingen de informatie onder algehele anesthesie en regionale anesthesie.

Rijvaardigheid
Verdovingsmiddelen beïnvloeden de rijvaardigheid. Dit geldt zowel voor een algehele anesthesie als na een ruggenprik. U wordt geadviseerd om de eerste 24-uur niet aan het verkeer deel te nemen.

Nazorg
Wanneer u last heeft van bijwerkingen tijdens uw verblijf in het ziekenhuis, vertelt u dit dan aan een verpleegkundige. Vooral bij pijn is het belangrijk dat u niet te lang wacht met het vragen om een pijnstiller aan de verpleegkundige. De pijn is dan beter te bestrijden.

Als u uw klachten niet vertrouwt, na ontslag uit het ziekenhuis, neem dan contact op met de verpleegafdeling waar u verzorgd bent.

Kind en narcose

Conditie en vaccinatie
Binnenkort wordt uw kind geopereerd. Uw kind dient hiervoor in een zo goed mogelijke conditie te zijn voor de ingreep. Daarom vragen wij u om extra aandacht te geven aan de onderstaande punten:

  • Is uw kind erg verkouden of grieperig?
  • Heeft uw kind een kinderziekte op de, voor de behandeling afgesproken dag of is uw kind in contact geweest met iemand met een kinderziekte?
  • Is de temperatuur op de dag van de ingreep 38 graden of hoger?
  • Heeft uw kind kort voor de operatie een vaccinatie gehad? Na een vaccinatie kan uw kind beter geen ingreep onder anesthesie ondergaan. Aangeraden wordt om een aantal dagen te wachten:
    2 dagen na: D(K)TP (difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis), HIB (haemophilus influenzae B), MenC (meningococcen), aK (acellulair kinkhoest), Hepatitis A, Hepatitis B, Pneumococcen
    14 dagen na: BMR (bof, mazelen, rode hond)

Wanneer een van de genoemde punten het geval is, kunt u het beste zo snel mogelijk contact opnemen met de Kinderafdeling of de afdeling waar uw kind wordt opgenomen. In overleg met de anesthesioloog wordt dan beoordeeld of de operatie door kan gaan. U bespaart uzelf en uw kind hierdoor mogelijk een onnodig bezoek aan het Waterlandziekenhuis. Wordt besloten dat de operatie niet doorgaat, dan wordt de behandelend specialist hierover geïnformeerd. Indien mogelijk wordt zo spoedig mogelijk een nieuwe afspraak met u gemaakt.

Aandachtspunten
Astmatische kinderen met longmedicatie (pufjes) dienen deze medicatie in te nemen op de dag van de operatie. Na inname van de longmedicatie mag er niet meer gedronken te worden. Natuurlijk mag er wel nagespoeld worden indien dit nodig is.

Volg het advies omtrent het nuchter beleid strikt op.

Voorlichting
Om u en uw kind zo goed mogelijk voor te bereiden zijn er wekelijks voorbereidingsbijeenkomsten voor zowel ouders als kinderen. Uitgebreide informatie over voorbereiding op de OK staat op de website van de Kinderafdeling onder Kinderdagbehandeling.

Angst voor een prikje
Kleine kinderen zijn vaak bang voor een prikje. Zij worden veelal in slaap gemaakt door hen via een kapje te laten ademen, waaruit een narcosegas stroomt. Overigens is het ook mogelijk de huid te verdoven met een zalf waardoor een prikje nauwelijks wordt gevoeld.

Kinderen die voor sluderen komen (keel- en/of neusamandelen verwijderen en het plaatsen van buisjes in de oren) worden altijd in slaap gemaakt via een kapje.

Kinderen mogen altijd een knuffel meenemen die bij ze blijft totdat ze onder narcose zijn. Bij KNO-ingrepen en geplande opnamen tussen 7.30 – 16.00 uur mag één van de ouders/verzorgers ook bij het kind blijven als het onder narcose gaat en weer in de uitslaapkamer als het kind wakker is. Als het kind weer wakker wordt, is ervoor gezorgd dat de knuffel ook weer bij uw kind is.

Bijwerkingen
Anesthesie kan bijwerkingen geven. De meeste bijwerkingen zijn binnen enkele dagen weer verdwenen. Zie voor bijwerkingen de informatie onder algehele anesthesie en regionale anesthesie.

Nazorg
Wanneer uw kind last heeft van bijwerkingen tijdens het verblijf in het ziekenhuis, vertelt u dit dan aan een verpleegkundige. Vooral bij pijn is het belangrijk dat u niet te lang wacht met het vragen om een pijnstiller aan de verpleegkundige. De pijn is dan beter te bestrijden. Als u de klachten niet vertrouwt, na ontslag uit het ziekenhuis, neem dan contact op met de verpleegafdeling waar uw kind verzorgd is.

Smiley
De Kinderafdeling en de Dagbehandeling hebben van de Vereniging Kind en Ziekenhuis twee Smiley’s ontvangen omdat de afdelingen zich positief onderscheiden door hun voorzieningen voor kinderen en hun ouders.
De Smiley is een kwaliteitskeurmerk en geeft aan dat de zorg op de afdeling waarvoor de Smiley is toegekend, voldoet aan alle criteria dat de Vereniging Kind en Ziekenhuis daaraan stelt.

Literatuur
Voor kinderen vanaf 2 jaar:

  • Nijntje in het ziekenhuis door Dick Bruna;
  • Karel in het ziekenhuis door Liesbeth Slegers;
  • De wereld van Hopla – het ziekenhuis door Bert Smets.

Voor kinderen vanaf 4 jaar:

  • De operatie van kleine olifant door Jose Boone;
  • Lucas en de slaapdokter door S. Boonen en B. Vangehuchten.

Bovenstaande boekjes zijn veelal verkrijgbaar in de bibliotheek of te koop in de boekhandel.

Patiënteninformatie

Sedatie
brochure Anesthesie
www.ondernarcose.nl

Voorlichtingfilms anesthesie
Op de voorlichtingsfilms kunt u zien hoe de verschillende soorten anesthesie in zijn werk gaan. Het betreft de volgende anesthesiefilms:

  • Film 1: algehele anesthesie met aanvullende maatregelen
  • Film 2: epidurale anesthesie
  • Film 3: spinale anesthesie
  • Film 4: axillaire plexusanesthesie
  • Film 5: algehele anesthesie

Ga naar de pagina met voorlichtingsfilms anesthesie

Specialisten

  • mw. L.N.J. Tjon Soei Len

    mw. L.N.J. Tjon Soei Len

    Lian Tjon Soei Len is in 2006 afgestudeerd als basisarts aan het AMC (Amsterdam). Sinds 2014 is ze anesthesioloog met als aandachtsgebied pijn en palliatieve zorg.

    “Naast mijn specialisatie heb ik een brede interesse,” vertelt Lian. “Ik heb me tijdens de laatste maanden van de opleiding vooral beziggehouden met pijngeneeskunde en palliatie. Na de opleiding heb ik een tijdje waargenomen in het Horacio Oduber ziekenhuis op Aruba. Toen ik terugkwam in 2015 ben ik begonnen in het Brandwondencentrum in Beverwijk. Naast de allround anesthesiologie zijn we de sedatie bij brandwondenkinderen tijdens verbandwissels op een hoger platform aan te zetten. In januari 2016 ben ik ook nog medisch manager geworden van de vakgroep en zit in het dagelijks bestuur van de vakgroep anesthesiologie. Daardoor heb ik ook kansen gekregen om me op het gebied van leiderschap te ontwikkelen. Ik heb daarbij bijvoorbeeld een mooie korte opleiding aan INSEAD in Fontainebleau mogen volgen.”

    Zorgen voor anderen en voor jezelf
    Gevraagd naar de reden om anesthesioloog te worden, zegt ze: “Anesthesiologie en pijngeneeskunde zijn voor mij de perfecte combinatie van dokter zijn. Je mag naast de intensieve korte contacten op de OK ook de patiënt wat langer behandelen waardoor er een behandelrelatie optreedt. Uiteindelijk zie ik mezelf als iemand die te allen tijde probeert het beste te halen uit patiënten, motiveren om ze zo goed mogelijk met de pijn om te laten gaan. Maar dat geldt ook zeker voor mijzelf en mijn directe omgeving. Leidinggeven vind ik heel uitdagend en het leert me elke dag weer meer over hoe we het met z’n allen beter zouden kunnen doen in de zorg. In het ziekenhuis, voor de patiënten maar zeker ook voor onszelf. Als we niet goed voor onszelf zorgen, kunnen we dat als zorgverleners zeker ook niet voor anderen doen.”

    Warm plekje
    Het Westfriesgasthuis heeft een warm plekje in Lians hart doordat ze in 2009 al een jaar als AIOS anesthesiologie in het Westfriesgasthuis heeft gewerkt. “Ik ken de vakgroep en een groot deel van het OK complex redelijk goed. Leuk om te zien dat er na die jaren niet veel is veranderd. Vooral de ambitie en de passie van de zorgverleners spreken mij enorm aan.”

    Humor
    Wat noemt ze zelf haar goede eigenschappen? “Ik heb een ondernemende houding, en kan met humor het beste uit patiënten en collega’s halen.”

    Gewoon luisteren
    “Als we met het behandelteam op één lijn zitten, dan is mijn dag goed,” zegt Lian. “Daarbij zijn we patiëntvriendelijk en creëren we meerwaarde voor de patiënten. Niet alleen door de zorg efficiënt te organiseren, maar vooral ook door gewoon eens goed te luisteren naar wat er in patiënten omgaat. Deze menselijke touch maakt volgens mij het verschil.”

    En verder
    “Ik heb een jong gezin met twee kinderen. Ik hou van kickboksen en lekker uit eten gaan. En verre reizen maken met gezin en vrienden. Mijn partner is ook basisarts is en werkt als consultant in de zorg. Daardoor kunnen onze gesprekken thuis enorm verfrissend zijn door verschillende invalshoeken.”

    Sluiten
     
  • Dhr. J. Bohncke

    Dhr. J. Bohncke

    Opleiding:   Geneeskunde en specialisatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

    Aandachtsgebied:   Pijnspecialist

    Verbonden aan het WLZ sinds juli 2016

    Ik ben geboren in Amsterdam, heb mijn studie gedaan in Amsterdam en woon sinds oktober 2016 weer in Amsterdam, ‘mijn stad’.

    Bij algemene anesthesiologie is het de uitdaging om de patiënt te laten slapen tijdens een operatie, waardoor hij/zij niets mee krijgt van de operatie. De patiënt mag pas wakker worden op de uitslaapkamer met zo min mogelijk pijn.
    De hele dag pijn hebben, ontwricht de mens in zijn hele wezen. De consequenties zijn enorm voor zijn welbevinden, sociale relaties, vitaliteit, kortom: zijn kwaliteit van zijn leven én dat van zijn omgeving. Mijn uitdaging is om er voor te zorgen dat het leven weer een stuk aangenamer wordt door middel van invasieve behandelingstechnieken dan wel uitgebalanceerde medicatie.

     

    Sluiten
     
  • Dhr. P. Dijkhuizen

    Dhr. P. Dijkhuizen

    Peter Dijkhuizen is Physician Assistent (PA). Dat is een assistent van de anesthesiologen. Als PA mag hij beoordelen en onderzoeken uitzetten.

     

    Sluiten
     
  • Dhr. A.P. Schipper

    Dhr. A.P. Schipper

    Dhr. A.P. Schipper (André) volgde de opleiding tot anesthesioloog aan het LUMC te Leiden. Daar studeerde hij in 2002 af. Sinds januari van dat jaar is hij aan het Westfriesgasthuis verbonden.

    Binnen zijn vakgebied is hij gespecialiseerd in pijnbestrijding.

    Sluiten
     
  • Dhr. J.S. de Jong

    Dhr. J.S. de Jong

    Dhr. J.S. de Jong (Jasper) is afgestudeerd als anesthesioloog in 2005 aan het AMC in Amsterdam. Binnen zijn vakgebied is hij gespecialiseerd in pijnbestrijding, chronische pijn.

    Jasper is geboren in het Westfriesgasthuis en opgegroeid in Oostwoud. Na zijn studie is hij weer teruggekomen naar West-Friesland.

    Jasper: “Mijn ervaring en specialisatie zet ik graag in voor patiënten van ‘mijn’ ziekenhuis.”

    Sluiten
     
  • Dhr. J.P. van Roy

    Dhr. J.P. van Roy

    J.P. van Roy (John) is t/m 1992 opgeleid tot basisarts in Maastricht . In 2002 is hij in Utrecht afgestudeerd als anesthesioloog.

    Binnen zijn vakgebied is hij gespecialiseerd in algemene anesthesiologie, kinderanesthesiologie, planning & organisatie.

    “Ik kom uit een gezin van bouwers. Geneeskunde was daarom niet vanzelfsprekend. Ik was meer geïnteresseerd door de werking van het menselijk lichaam dan door bouwtekeningen of -berekeningen. Iets goeds doen voor de mensen ten aanzien van hun hoogste goed, gezondheid, was de inspiratie voor mijn medische opleiding,” vertelt John.

    Keuzemogelijkheden
    Zijn interesse voor de anesthesiologie kwam pas laat in zijn medische studie. “In een groot ziekenhuis waar ik stage liep, merkte ik dat het stabiliseren van kritieke patiënten onder leiding van de anesthesioloog gebeurde. De combinatie van doen en denken in dit vakgebied bevalt mij prima. Je krijgt met allerlei patiënten te maken – van piepjong tot stokoud. Hoewel het idee leeft dat een anesthesioloog nauwelijks contact heeft met een patiënt, is dat in de loop van de tijd ingrijpend gewijzigd. Uitleg over verwachtingen en voor- of nadelen van een bepaalde anesthesietechniek aan mensen is een belangrijk onderdeel van ons werk geworden. Mensen worden overspoeld met informatie en dat blijkt de keuzemogelijkheden niet makkelijker te maken.”

    Sfeer
    Toen John in 2002 voor de allereerste keer het Westfriesgasthuis bezocht, voelde hij een goede sfeer. “Ik ben gevoelig voor sfeer. De ambitie straalde er vanaf. Ik had toentertijd de keuze uit vier ziekenhuizen waar ik kon gaan werken en ik heb uit volle overtuiging voor het Westfriesgasthuis gekozen.”

    Einddoel
    John gaat met een lekker gevoel naar huis als het ertoe deed wat hij moest doen. “Dat kan betrekking hebben op contacten met patiënten, technische uitvoering van een anesthesie of samen met collega’s  iets bereikt hebben waardoor een proces kwalitatief beter verloopt. Als er iets moeilijks op mijn weg komt  loop ik daar niet voor weg. Resultaat is het einddoel.”

    En verder
    Johns gezin is een doktersgezin. Dat vergt goede afstemming om werk en privé in balans te houden. “Zeker met twee jonge kinderen. Vanuit mijn vroegere opleidingen blijft de interesse voor films, voorstellingen en boeken. Reizen is ook prima aan mij besteed. Daarnaast ben ik bestuurlijk actief. Omdat ik in een zeer  sportieve vakgroep zit vallen mijn activiteiten op dat gebied ( roeien, fietsen en zwemmen) een beetje in het water.  Experimenteren met koken vind ik ook leuk.

    Sluiten
     
  • Mw. E.J. Ravensbergen

    Mw. E.J. Ravensbergen

    Lisan Ravensbergen is opgeleid tot anesthesioloog aan het VUmc, Amsterdam. Sinds 2011 werkt ze in het Westfriesgasthuis. Daar heeft ze ook haar opleiding tot pijnbehandelaar gevolgd. Lisans specialiteiten zijn vooral algemene anesthesiologie, luchtwegtechnieken kinderanesthesie, anesthesie bij complexe EVARs (endovasculaire technieken om aneurysma’s te behandelen) en PICU-transport (ophalen van IC behoeftige kinderen om die op een speciaal daar voor ingerichte brancard met n ambulance naar een kinder-IC te brengen).

    Het is misschien een cliché, maar daarom niet minder waar: ze is geneeskunde gaan studeren omdat ze geïnteresseerd is in het functioneren van het menselijk lichaam. En ze wilde graag mensen helpen. Dit komt vooral als pijnbehandelaar goed van pas.

    Natuurkunde
    “Tijdens mijn co-schap merkte ik dat ik mij thuis voelde in de anesthesiologie. Het is een technisch en natuurkundig vak wat een beroep doet op je bepaalde vaardigheden en logisch verstand. Je werkt veelal in een team en hebt een faciliterende èn coördinerende rol, waarbij je altijd voorbereid moet zijn op calamiteiten.”

    Beter kennen
    Pijnbestrijding is een specialisatie binnen de anesthesiologie. Er worden mensen met chronische pijn, kankerpijn of zenuwpijn behandeld. “Ik vind het een mooie verbreding van het vak als anesthesioloog. Je leert de patiënt beter kennen, en benadert de pijnklacht vanuit verschillende perspectieven.” Behalve de veel gebruikte technieken bij patiënten met pijn vanuit de wervelkolom houdt Lisan zich bezig met meer specifieke vaardigheden zoals behandeling van gelaatspijn en pijnbehandelingen met behulp van echo in plaats van röntgen.

    Hollen of stilstaan
    “Mijn vak is interessant en varieert van uitdagend tot goed behapbaar. Het hollen of stilstaan dat mijn vak karakteriseert, brengt met zich mee dat je op bepaalde momenten oplaadt als een accu en af en toe tot een bijna lege accu verbruikt. Dat heeft als voordeel dat er geen sleur ontstaat. ”

    En verder
    Naast haar werk is ze moeder van twee jonge kinderen. Ze houdt van hardlopen (doet soms een obstacle-run), sportklimmen, kitesurfen, kamperen, klussen en reizen.

    Sluiten
     
  • Mw. K.P. Mayland

    Mw. K.P. Mayland

    K.P. Mayland (Kathleen) heeft in Amsterdam geneeskunde gestudeerd. Daar is zij in 2011 afgestudeerd als anesthesioloog. Deels binnen die studie heeft ze nog een tweejarige specialisatie tot intensivist gevolgd.

    Haar aandachtsgebieden op de anesthesieafdeling e zijn beademing, sedatie en pijnbestrijding bij patiënten, onder andere bij darm- en longonderzoeken. Daarnaast houdt ze zich ook bezig met Family Centered Care. Dat betekent hoe de familie een belangrijke rol kan spelen bij het herstel van een patiënt op de IC.

    Puzzelstukjes
    Als kind had Kathleen al interesse gehad in de werking van het menselijk lichaam, dus de keuze voor geneeskunde was voor niemand in haar familie een verrassing. “Na m’n basisopleiding wist ik niet direct welke tak van geneeskunde ik wilde doen. Ik heb toen vier jaar als militair arts gewerkt  en tijdens de opleiding tot militair arts heb ik kennis gemaakt met de anesthesiologie. Het was of alle puzzelstukjes ineens in elkaar vielen.”

    Afstemmen
    Anesthesiologie is een heel praktisch vak, vindt ze. “Je hebt te maken met patiënten uit alle leeftijdscategorieën. Van kleine kinderen tot bejaarden. Van de anesthesie verzorgen bij een keizersnede tot de anesthesie verzorgen van een oude vrouw die haar heup gebroken heeft. Je moet elke keer weer je anesthesie afstemmen op die specifieke situatie van die patiënt. Met een heel team ben je  er verantwoordelijk voor dat een patiënt een operatie goed doorstaat.”

    Geliefd
    Het snel moeten handelen in acute situaties, prioriteiten stellen en complexe situaties moeten overzien past helemaal bij haar. “Ook  op de  Intensive Care heb je weer te maken met acute complexe situaties waarin je soms met beperkte informatie snel moet kunnen handelen,” vertelt Kathleen. “Daarnaast begeleid je ook de naasten  die zich vaak machteloos voelen als hun geliefd familielid ernstig ziek wordt opgenomen en de afloop daarvan onzeker is.”

    Sluiten
     
  • Mw. F.M. Lemckert-de Jong

    Mw. F.M. Lemckert-de Jong

    Floor is in 2000 aan het VUmc afgestudeerd als basisarts. Daarna heeft ze zich aan het UMCU gespecialiseerd in het specialisme anesthesiologie. In 2008 studeerde ze af als anesthesioloog.

    “Ik heb dat vak gekozen omdat het heel dynamisch is waarbij goed overzicht, anticiperen en goede communicatie belangrijk zijn. Daarbij zie je snel resultaat van je handelen,” zegt Floor. “En wat me interesseert aan het Westfriesgasthuis is het regionale karakter gecombineerd met ambitie. Bovendien zijn mijn collega’s van de afdeling vakinhoudelijk goed en gedreven, en is er onderling een heel goede sfeer.

    Een van Floors sterke punten is haar heldere communicatie.

    Sluiten
     
  • Mw. H.H.A. Lecluse

    Mw. H.H.A. Lecluse

    Mw. N.H.A. Lecluse (Nicolien) is t/m 2005 opgeleid tot basisarts in Amsterdam. In 2011 is zij aan het VUmc afgestudeerd als anesthesioloog. Vanaf datzelfde jaar in ze als anesthesioloog aan het Westfriesgasthuis verbonden.

    Sluiten
     
  • Mw. M. van der Horst

    Mw. M. van der Horst

    Marjolein van der Horst is in 2006 afgestudeerd tot basisarts en in 2012 als anesthesioloog, beide keren aan het VUmc in Amsterdam.

    Dankbaar
    Marjolein vertelt: “Anesthesiologie is een vak waarbij je de patiënt als één geheel beschouwt en alle typen patiënten ziet, van jong tot oud. Naast de dynamiek van de operatiekamer en de acute situaties, maakt dat het vak zeer kleurrijk. Voor pijngeneeskunde geldt dat ik me graag inzet om het leven van patiënten met pijn dragelijker en mobieler te maken. Dat vind ik dankbaar werk.”

    Welkom
    Ze werkt sinds 2017 in het Westfriesgasthuis. “Ik voel me hier heel welkom. Het is een ziekenhuis en een afdeling waarmee ik deel wat ik belangrijk vind: streven naar efficiënte en hoogwaardige zorg die patiëntgericht is.”

    Behoeften en wensen
    “Ik kan zeggen dat ik lekker heb gewerkt als de behoeften en wensen van patiënten en het team goed bediend zijn.”

    En verder
    Marjolein woont in de regio en heeft een zoon. In haar vrije tijd doet ze aan sport en koken.

    Sluiten
     
  • Dhr. dr. J.P. Hering

    Dhr. dr. J.P. Hering

    Dhr. dr. J.P. (Jens Peter) Hering is anesthesioloog en plaatsvervangend opleider. Ook is hij voorzitter van de vakgroep. Hij studeerde in 1987 af als basisarts in Göttingen. In 1997 is hij in Melbourne afgestudeerd als anesthesioloog.

    IJsfabriek
    Toen Jens met school klaar was wilde hij in eerste instantie scheikunde studeren. “Voordat ik begon met studeren werkte ik eerst nog in een ijsfabriek. Daar ontwikkelde ik een pyelonefritis door te werken in een temperatuur van 0 – 4 graden. Het werd snel duidelijk dat ik een operatie moest ondergaan: pyelumplastiek. Mijn verblijf in het ziekenhuis was zo spannend en interessant, dat ik meteen mijn studiewens veranderde: geneeskunde moest het worden! Die keuze was een van de beste in mijn leven. Ik ben heel blij arts te zijn en niet alleen maar in een laboratorium te zitten.”

    Taalcursus
    Nadat hij uit Australië terugkwam, paste hij niet meer in de Duitse ziekenhuiscultuur. Hij zag toen in een Duits artsenblad een advertentie uit Hoorn. “Ik kende al twee collega’s die in Nederland werkten en belde hen op. Ik besloot te solliciteren. In Hoorn waren er toen aardig wat anesthesiologen nodig. Nadat eerst Lucas (Gabel) en Jan (Siepert) in Hoorn waren aangenomen, kreeg ik in november 2001 de kans. In februari begon ik in het Westfriesgasthuis te werken. Daarvoor had ik nog een individuele taalcursus van 10 dagen!”

    Gemak
    “Als anesthesioloog ben ik altijd blij als ik na een gesprek over perioperatieve screening te horen krijg dat ik de gang van zaken in begrijpelijke taal heb kunnen uitleggen en alle vragen naar tevredenheid beantwoord heb, waardoor de patiënt op z’n gemak werd gesteld. Ik kan dan mijn talenten inzetten: empathie, sociaalvaardigheid en samenwerking.”

    En verder
    Jens leest in zijn vrije tijd wat hij in de vingers krijgt. Ook filosofeert hij graag over hoe de wereld in elkaar steekt. En hij is graag samen met zijn familie. Zijn sport is fietsen en spinning.

    Sluiten
     
  • Dhr. L.F. Gabel

    Dhr. L.F. Gabel

    Dhr. L.F. Gabel (Lucas) volgde de opleiding tot anesthesioloog aan de KU Nijmegen, Ev. Krankenhaus Bethanien Moers en het OLVG te Amsterdam. Hij is in 1994 afgestudeerd en sinds 2000 als specialist aan het Westfriesgasthuis verbonden.

    Zijn aandachtsgebied binnen Anesthesiologie is de Intensive Care.

    Sluiten
     
  • Dhr. R. van Beek

    Dhr. R. van Beek

    Rienk is van 1997-2004 opgeleid tot basisarts in het AMC/UvA. In 2009 is hij afgestudeerd als anesthesioloog.

    Hij heeft voor dit vak gekozen omdat het een combinatie is van beschouwende en operatie-gerelateerde werkzaamheden. “Ik ben geïnteresseerd in de hele mens, niet alleen in één orgaan. En je hebt direct zichtbaar resultaat van je handelen. Als anesthesioloog ondersteun je bovendien de chirurg én de patiënt op de meest cruciale momenten in een behandeltraject.”

    Rienks specifieke vaardigheden zijn echogeleide zenuwblokkades, anesthesie bij orthopedische chirurgie en bij KNO-operaties en kinderanesthesiologie.

    Klantgerichtheid staat bij Rienk hoog in het vaandel. “Ik probeer voor elke patiënt de tijd te nemen.”

    Sluiten
     
  • De heer J. (Jos) Keijer (PA)

    De heer J. (Jos) Keijer (PA)

    Jos Keijer is Physician Assistent (PA). Dat is een assistent van de anesthesiologen. Als PA mag hij beoordelen en onderzoeken uitzetten.

    Sluiten
     
  • De heer P.E. Heun

    De heer P.E. Heun

    Anesthesioloog

    Sluiten
     
  • Mevrouw I. Ptackova

    Mevrouw I. Ptackova

    Aanwezig:

    Maandag: poli *
    Dinsdag: poli *
    Woensdag: poli *
    Donderdag: poli *
    Vrijdag: poli *

    *) een van de anesthesiologen

    Sluiten
     
  • De heer G.O. Navis

    De heer G.O. Navis

    Aanwezig:

    Maandag: poli*
    Dinsdag: poli*
    Woensdag: poli*
    Donderdag: poli*
    Vrijdag: poli*

    * door één van de aanwezige anesthesiologen

    Sluiten
     
  • De heer C. Hengstman

    De heer C. Hengstman

    Aanwezig:

    Maandag: poli*
    Dinsdag: poli*
    Woensdag: poli*
    Donderdag: poli*
    Vrijdag: poli*

    * door één van de aanwezige anesthesiologen

    Sluiten
     
  • De heer P. La Guardia

    De heer P. La Guardia

     

Physician assistent
Een Physician Assistent(PA) is een assistent van de anesthesiologen. Een PA mag hij beoordelen en onderzoeken uitzetten.