Psychiatrie

Hier vindt u informatie over de Psychiatrie.
De vakgroep Psychiatrie is onderdeel van de afdeling Psychiatrie en Medische Psychologie (PMP). Deze afdeling is misschien beter bekend onder de naam PAAZ (Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis).

De vakgroep Psychiatrie is op werkdagen bereikbaar van 08.30 tot 17.00 uur. De polikliniek is bereikbaar via (0299) 457 380 en de kliniek (verpleegpost) via (0299) 457 360.

Algemeen

Wie werken er op de afdeling?

Behandeldisciplines
Om de patiënt een optimale behandeling te kunnen bieden, werken diverse disciplines intensief samen. Elke discipline draagt hieraan bij vanuit zijn deskundigheid. De ondersteunende diensten vervullen een belangrijke rol in de administratieve en logistieke zaken van de afdeling en polikliniek.

(Para)medisch personeel

Psychiater
De psychiater is medisch specialist en richt zich op het diagnostiseren van psychiatrische stoornissen en de behandeling daarvan. De psychiater is eindverantwoordelijk voor het algemene behandelbeleid ten aanzien van de afdeling Psychiatrie en ten aanzien van individuele patiënten.

Arts-assistent
De arts-assistent is onder supervisie van de psychiater verantwoordelijk voor de somatische en psychiatrische behandeling van patiënten op de afdeling Psychiatrie.

Psycholoog
De psycholoog is verantwoordelijk voor het uitvoeren van psychodiagnostiek middels specifieke onderzoeksmethoden (psychologische tests), (semi)gestructureerde interviews en (systeem)gesprekken. Verder behandelt de psycholoog psychiatrische klachten van de patiënt, met het doel deze op te heffen, te reduceren of hanteerbaar te maken.

Psychologisch medewerker
De psychologisch medewerker verricht bij individuele patiënten psychodiagnostisch onderzoek ter ondersteuning van de psycholoog bij het uitvoeren van het psychodiagnostisch proces.

Maatschappelijk werker
De maatschappelijk werker begeleidt en/of behandelt de patiënt en zijn/haar naasten bij psychosociale problemen die samenhangen met de aard van de ziekte en/of behandeling. Het doel daarbij is het realiseren van een optimale zorg, begeleiding, behandeling en ontslagbeleid.

Verpleegkundige in de kliniek
De verpleegkundigen van de kliniek verzorgen de 24-uurs zorg met als doel de patiënt begeleiding en verpleging te bieden op sociaal, psychiatrisch en somatisch gebied.

Therapeuten en activiteitenbegeleiders

Activiteitenbegeleider
De activiteitenbegeleider biedt steun en structuur door middel van lessen in handvaardigheid, gestructureerde oefeningen en ontspanning.

Psychomotore therapeut
De psychomotore therapeut werkt met de patiënten aan thema’s op het gebied van lichamelijk functioneren zoals kracht, lichaamsgrenzen, lichaamsgevoel en spanning. Dit gebeurt door middel van bewegings- en lichaamsgerichte activiteiten.

Creatief therapeut
Men werkt met de creatief therapeut gericht aan persoonlijke thema’s. Dit gebeurt door middel van een combinatie van gesprek en het werken met beeldend materiaal zoals tekenen, schilderen e.d.

Ondersteunend personeel

Secretaresse
De secretaresse levert een bijdrage aan het zo optimaal mogelijk functioneren van de psychiatrische afdeling door middel van administratieve en secretariële ondersteuning. De secretaresse verzorgt de administratie van de patiënt, de afdelingsadministratie en beantwoordt vragen van bezoekers en medewerkers van de afdeling.

Afdelingsassistent
De afdelingsassistent heeft een ondersteunende taak met betrekking tot de niet patiënt gebonden activiteiten.

Juridische aspecten en Patiëntvertrouwenspersoon

Juridische aspecten
De Wet Bijzondere Opneming in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) regelt gedwongen opname en behandeling van mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Er zijn verschillende redenen en instrumenten om iemand gedwongen op te nemen. Zo moet gedwongen opname de laatste mogelijkheid zijn en moet er sprake zijn van gevaar, veroorzaakt door een psychiatrische stoornis. Dat iemand een gevaar vormt voor zichzelf of zijn/haar omgeving wordt ook wel het “gevaarscriterium” genoemd. De meest bekende instrumenten zijn de inbewaringstelling (IBS) en de rechterlijke machtiging (RM).

Patiëntvertrouwenspersoon
Als men in behandeling is bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (zoals de afdeling PMP), kunnen er dingen gebeuren waar men het niet mee eens is. Deze ontevredenheid kan gaan over de behandelaar of een bepaalde behandelwijze. Misschien worden afspraken niet nagekomen of zijn er problemen op het gebied van de privacy. Voor dit soort zaken kan men terecht bij de patiëntenvertrouwenspersoon. Dit is een deskundige op het gebied van patiëntenrechten.

Op de afdeling PMP van het Waterlandziekenhuis is mevrouw Manna Ellen de patiëntenvertrouwenspersoon. Zij is bereikbaar via (0251) 665 228 / 06  33 63 82 56 en per mail m.ellen@pvp.nl.

Op woensdagen is zij op de afdeling aanwezig van 10.30 tot 11.30 uur. U kunt hier terecht na telefonische afspraak.

Zorg op maat en continuiteit van zorg

Om de patiënt een behandeling op maat te bieden, wordt multidisciplinaire zorg geboden. Iedere patiënt krijgt een individueel behandel- en verpleegplan. Daarnaast kan het regelen van nazorg een onderdeel van de behandeling uitmaken.

Multidisciplinaire zorg
De afdeling biedt multidisciplinaire zorg. Dat wil zeggen dat alle disciplines nauw samenwerken om de patiënt een behandeling op maat te kunnen bieden. Bij de behandelvormen werken dezelfde mensen: psychiaters, psychologen, maatschappelijk werkers, vaktherapeuten, verpleegkundigen en activiteitenbegeleiders. Zij geven inhoud aan de verschillende therapieprogramma’s.

Individueel / groepsverband
De therapieprogramma’s worden in de kliniek en de deeltijdbehandeling meestal in groepsverband gegeven. Daarnaast bestaat de mogelijkheid tot individuele (psycho)therapie.
Om zorg op maat te leveren, wordt er per patiënt een individueel behandelplan en verpleegplan opgesteld. Uitgangspunt is dat de patiënt, indien de situatie dat toelaat, zijn eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot de behandeling behoudt.

Vloeiende overgang
De afdeling streeft er nadrukkelijk naar een vloeiende overgang mogelijk te maken van bijvoorbeeld een klinische opname naar deeltijdbehandeling of poliklinische nazorg. Omgekeerd is het bijvoorbeeld mogelijk om op momenten van crisis een patiënt van de deeltijd op te nemen in de kliniek.

Nazorg
Het regelen van nazorg kan een belangrijk onderdeel van de behandeling zijn. In dit kader wordt er samengewerkt met andere zorginstellingen zoals:

  • Dijk & Duin (voormalige psychiatrisch ziekenhuis Duin en Bosch en RIAGG);
  • RCV (Regionaal Centrum Volwassenenpsychiatrie, onderdeel van Dijk & Duin);
  • Algemeen Maatschappelijk Werk;
  • Thuiszorg;
  • Zorgspecifieke klinieken;
  • Regionale Instelling Beschermende Woonvormen (RIBW);
  • Dagactiviteiten Centrum (DAC);
  • Eerstelijns Psychologen (SPEL);
  • Andere perifere en academische ziekenhuizen;
  • Herstellingsoord Zonneduin;
  • Heliomare;
  • Revalidatiecentrum Amsterdam (Overtoom);
  • Verpleeg- en verzorgingshuizen.

Kwaliteitsstatuut GGZ

Per 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van ‘geneeskundige GGZ’, dat wil zeggen generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz binnen de Zorgverzekeringswet, verplicht een kwaliteitsstatuut openbaar te maken. Klik hier voor het kwaliteitsstatuut van de afdeling Psychiatrie van het Waterlandziekenhuis.

Psychiatrische stoornissen:

Ontstaan van psychiatrische problemen
Psychiatrische problemen kunnen plotseling ontstaan. Het gebeurt bijvoorbeeld aansluitend aan een belastende of ingrijpende gebeurtenis (het verlies van een dierbare, een baan of de lichamelijke gezondheid; een traumatische gebeurtenis; de geboorte van een kind). Ook kan een psychiatrische aandoening ontstaan als complicatie bij een lichamelijke ziekte, zoals depressie na een hartinfarct.

Psychiatrische symptomen kunnen zich ontwikkelen als gevolg van een verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en draaglast. Ze kunnen ook ontstaan door problemen in de relationele/ psychosociale sfeer. Van sommige aandoeningen is bekend dat een erfelijke factor een rol speelt.

Stemmingsstoornissen

Depressieve stoornis
Gedurende minimaal twee weken is sprake van:

  • een depressieve stemming;
  • verlies van interesse;
  • aan niets plezier beleven;
  • vermindering of vermeerdering van het gewicht;
  • te veel of te weinig slapen;
  • onrustige of geremde motoriek;
  • moeheid of verlies van energie;
  • het idee waardeloos te zijn of schuldgevoelens;
  • verlies van concentratie en besluiteloosheid;
  • gedachten aan de dood of suïcideplannen.

Een depressieve stoornis kan eenmalig zijn, maar kan ook terugkeren.

Dysthyme stoornis (chronische somberheid)
Gedurende minimaal twee jaar is sprake van:

  • slechte eetlust of te veel eten;
  • te veel of te weinig slapen;
  • weinig energie of moeheid;
  • gering gevoel van eigenwaarde;
  • slechte concentratie of besluiteloosheid;
  • gevoelens van hopeloosheid.

In het algemeen zijn de symptomen minder ernstig dan bij de depressieve stoornis.

Bipolaire stoornis (manisch-depressieve stoornis)
In de manisch-depressieve stoornis wisselen depressieve periodes (zie: depressieve stoornis) en manische periodes elkaar af.

De manische episode heeft de volgende kenmerken:

  • opgeblazen gevoel van eigenwaarde of grootheidsideeën;
  • afgenomen behoefte aan slaap;
  • spreekdrang of spraakzamer dan gebruikelijk;
  • gedachtevlucht;
  • verhoogde afleidbaarheid;
  • toename van activiteit of psychomotorische agitatie;
  • overmatig bezig zijn met activiteiten met een zeker risico (bijvoorbeeld: koopwoede, seksuele ontremming).

Angststoornissen

Paniekstoornis
Bij de paniekstoornis is sprake van paniekaanvallen, die zich kenmerken door minimaal vier van de volgende symptomen:

  • hartkloppingen of versnelde hartslag;
  • transpireren;
  • trillen;
  • (gevoel van) ademnood;
  • pijn op de borst;
  • misselijkheid en/of buikklachten;
  • duizeligheid;
  • gevoel van onwerkelijkheid of gevoel niet zichzelf te zijn;
  • angst de zelfbeheersing te verliezen of gek te worden;
  • angst om dood te gaan;
  • verdoofde of tintelende gevoelens;
  • opvliegers of koude rillingen.

Bij de paniekstoornis is verder sprake van een voortdurende angst voor een volgende aanval en angst voor de symptomen zelf.

Agorafobie (pleinvrees)
Agorafobie kenmerkt zich door de angst om op een plaats of in een situatie te zijn van waaruit ontsnappen moeilijk is of waar geen hulp beschikbaar is in het geval er een paniekaanval optreedt (zie: paniekstoornis). Voorbeelden van zulke situaties zijn:

  • zich alleen buitenshuis bevinden;
  • zich temidden van een massa bevinden;
  • wachten in een rij;
  • op een brug staan;
  • reizen met bus, trein of auto.

Men vermijdt deze situaties in toenemende mate, waardoor de angst niet optreedt maar waardoor men wel toenemend beperkt raakt in zijn/haar bewegingsvrijheid.

Specifieke fobie (enkelvoudige fobie)
Een duidelijke en aanhoudende angst die overdreven en niet reëel is en die wordt uitgelokt door de aanwezigheid van een specifiek voorwerp of situatie, zoals:

  • vliegen
  • hoogten
  • dieren
  • injecties
  • zien van bloed

Blootstelling aan dergelijke prikkels veroorzaakt een angstreactie die ook kan overgaan tot paniek. Men is zich ervan bewust dat de angst overdreven is. Toch vermijdt men de gevreesde situaties.

Sociale fobie
Er is sprake van een aanhoudende angst voor situaties waarin men sociaal moet functioneren of iets moet presteren. Daarbij is men blootgesteld aan onbekenden of een mogelijk kritische beoordeling door anderen. Men is bang dat hij/zij zich zodanig gedraagt dat men wordt vernederd. Blootstelling aan dergelijke sociale situaties lokt angst of paniek uit. Men is zich ervan bewust dat de angst overdreven is. Toch gaat men die situaties uit de weg.

Obsessieve-compulsieve stoornis (dwangstoornis)
Er is sprake van dwanggedachten of van dwanghandelingen.

Dwanggedachten:

  • terugkerende en aanhoudende gedachten of voorstellingen waaraan men zich niet kan onttrekken en die duidelijke angst of lijden veroorzaken;
  • de gedachten zijn niet slechts een overdreven bezorgdheid over problemen uit het dagelijks leven;
  • men probeert deze gedachten te onderdrukken of te neutraliseren met andere gedachten of handelingen;
  • men is zich ervan bewust dat de dwanggedachten het product zijn van de eigen geest.

Dwanghandelingen:

  • zich herhalend gedrag zoals handenwassen, controleren van bijvoorbeeld gasfornuis of voordeur, opruimen;
  • psychische activiteiten zoals tellen, in stilte woorden herhalen of bidden;
  • de rituelen moeten op rigide wijze worden toegepast;
  • de gedragingen of psychische activiteiten zijn gericht op het voorkomen van gevreesde gebeurtenissen maar hebben daarmee geen realistische samenhang.

Posttraumatische stressstoornis
De posttraumatische stressstoornis kenmerkt zich door:

  • confrontatie met een traumatische gebeurtenis waarop met angst of afschuw gereageerd wordt;
  • voortdurende herbeleving van de traumatische gebeurtenis, bijvoorbeeld door herinneringen, gedachten of dromen;
  • herbeleving die zich opdringt en wordt ervaren als zeer realistisch;
  • vermijding van confrontatie met prikkels die aan de traumatische gebeurtenis doen denken;
  • verhoogde prikkelbaarheid, bijvoorbeeld moeite met inslapen, woede-uitbarstingen, concentratieproblemen en overdreven schrikreacties.

Gegeneraliseerde angststoornis
De gegeneraliseerde angststoornis kenmerkt zich door:

  • buitensporige angst en bezorgdheid over gebeurtenissen of activiteiten, zoals werk of schoolprestaties;
  • men heeft geen controle over deze bezorgdheid.

Er zijn minimaal drie van de volgende symptomen:

  • rusteloosheid of irritatie;
  • snel vermoeid zijn;
  • concentratie- of geheugenverlies;
  • prikkelbaarheid;
  • spierspanning;
  • slaapstoornissen.

Schizofrenie en andere psychotische stoornissen

Schizofrenie
Schizofrenie kenmerkt zich door twee of meer van de volgende symptomen:

  • wanen;
  • hallucinaties;
  • onsamenhangende spraak;
  • ernstig chaotisch of geremd gedrag;
  • negatieve symptomen, zoals vervlakking van het gevoel, apathie, gedachte- of spraakarmoede.

De symptomen zorgen voor ernstige beperking in sociaal en beroepsmatig functioneren.

Waanstoornis
Er is sprake van niet-bizarre wanen, d.w.z. betrekking hebbend op situaties die in het echte leven kunnen gebeuren, zoals:

  • achtervolgd worden;
  • vergiftigd worden;
  • besmet worden;
  • op afstand bemind worden;
  • bedrogen worden door partner;
  • een ziekte hebben.

Het functioneren hoeft niet persé beperkt te zijn. Het gedrag is niet zonder meer vreemd of bizar.

Kortdurende psychotische stoornis
Kortdurende psychotische stoornis kenmerkt zich door:

  • wanen;
  • hallucinaties;
  • onsamenhangende spraak, bijvoorbeeld regelmatig de draad kwijtraken;
  • ernstig chaotisch of geremd gedrag.

De stoornis duurt minimaal een dag maar niet langer dan een maand.

Psychotische stoornis door een middel
Er is bij deze stoornis sprake van een psychotische stoornis als gevolg van het gebruik van:

  • alcohol
  • amfetamine
  • cannabis
  • cocaïne
  • hallucinogenen
  • opiaten
  • medicijnen, zoals slaapmiddelen of tranquillizers

Eetstoornissen

Er is sprake van gestoord eetgedrag. De twee belangrijkste eetstoornissen zijn:

Anorexia nervosa
Niet eten met ernstig gewichtsverlies tot gevolg.

Boulimia nervosa
Terugkerende episodes van vreetbuien met compenserend gedrag om gewichtstoename te voorkomen, door zelfopgewekt braken, gebruik van laxerende middelen of overmatige lichaamsbeweging.

Somatofome stoornissen

Somatoforme stoornissen (onbegrepen lichamelijke klachten) zijn stoornissen die zich kenmerken door het beleven van uiteenlopende lichamelijke klachten. Daarbij kan een lichamelijke oorzaak niet worden aangetoond. Voorbeelden hiervan zijn:
  • somatisatiestoornis
  • conversiestoornis
  • pijnstoornis
  • hypochondrie
  • stoornis in de lichaamsbeleving

Cognitieve stoornissen

Cognitieve stoornissen betreffen problemen met betrekking tot cognitieve functies, zoals aandacht en concentratie, oriëntatie, geheugen, taal, planning en organisatie, abstraheren, waarnemening en uitvoeren van handelingen.

  • delirium;
  • dementie (bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie of frontotemporale dementie). Bij dementie moet er sprake zijn van stoornissen op twee of meer cognitieve gebieden, waaronder meestal het geheugen;
  • amnesische stoornis (stroonissen in het geheugen)
  • congnitieve stoornossen ten gevolge van bijvoorbeeld een hersenbloeding of herseninfarct, de ziekte van Parkinson of Multiple Sclerose.
  • amnestische stoornissen (stoornissen in het geheugen).

Persoonlijkheidsstoornissen

Men spreekt van een persoonlijkheidsstoornis als er sprake is van een duurzaam patroon van binnen de cultuur afwijkende innerlijke ervaringen en gedragingen. Dit patroon wordt zichtbaar in manieren van denken en waarnemen, gevoelens, interpersoonlijke contacten en beheersing van de impulsen. Het patroon is stabiel en van lange duur en veroorzaakt in ernstige mate lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren. Het begin ligt in de adolescentie of de vroege volwassenheid.

De indeling in persoonlijkheidsstoornissen is als volgt:

  • paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheid;
  • antisociale borderline, theatrale en narcistische persoonlijkheid;
  • ontwijkende, afhankelijke en obsessieve-compulsieve persoonlijkheid.

Diagnostiek en opname indicatie

Diagnostiek
In het eerste contact stelt de psychiater zo mogelijk een psychiatrische diagnose. Ook bekijkt de psychiater welke behandeling daarbij het meest passend is en of de therapie poliklinisch (ambulant) kan plaatsvinden. Sommige psychiatrische klachten vragen een intensievere behandeling en maken deelname aan de deeltijdbehandeling wenselijk. Tenslotte kan blijken dat een opname in de kliniek gewenst of noodzakelijk is. Uiteraard bespreekt de psychiater dit uitvoerig met de betreffende patiënt (en eventuele familie of andere belangrijke personen uit zijn/haar omgeving).

Het kan zijn dat de diagnose niet zo snel duidelijk is. Het komt voor dat aanvullende informatie nodig is om tot een duidelijke diagnose en een behandelvoorstel te komen. Bijvoorbeeld aanvullende informatie over de leef- en werksituatie, levensloop en persoonlijkheid van de aangemelde patiënt. In die gevallen kan verwijzing plaatsvinden naar de klinisch psycholoog , die een uitgebreid psychodiagnostisch onderzoek uitvoert. Op indicatie en na bespreking binnen het behandelteam, voert de psycholoog ook psychotherapie uit.

Ook is het mogelijk dat er geen sprake is van een psychiatrische diagnose maar dat een belastende gebeurtenis (in lichamelijke of psychosociale zin) wel psychologische begeleiding noodzakelijk maakt. In dat geval verwijst de psychiater naar één van de klinisch psychologen of maatschappelijk werkenden. De psychiater blijft dan op de achtergrond aanwezig en onderhoudt een laagfrequent contact.

Opname/indicatie
Opname-indicaties zijn onder andere:

  • depressies
  • bipolaire stoornissen
  • persoonlijkheidsstoornissen
  • psychoses
  • verslavingsproblematiek
  • eetstoornissen
  • ontremmingsverschijnselen
  • sociale indicatie
  • time-out/crisisinterventie

Behandelingen

Psychiatrische ziektebeelden kunnen verschillende gradaties van ernst hebben. Na het stellen van een diagnose, zijn er verschillende behandelmogelijkheden. Behandeling is mogelijk op de polikliniek, in deeltijd of in de kliniek . Het persoonlijke karakter van de behandeling komt tot uiting in de zorg op maat en continuïteit van zorg.

De behandeling vindt plaats middels:

  • biologische methoden (medicatie, elektroconvulsieve therapie);
  • psychotherapeutische methoden (beïnvloeding van het gedrag);
  • milieu-interventies (gezins- en relatietherapie, bemoeienissen op het gebied van huisvesting, werk, financiën, e.d.).

Uw behandeling op de poli

Voor de meeste patiënten is behandeling op de polikliniek mogelijk. De polikliniek is in de meeste gevallen ook de ‘ingang’ van de afdeling, waar het eerste contact met de psychiater plaatsvindt. Op de polikliniek vindt behandeling plaats door één van de psychiaters. Op indicatie wordt de behandeling mede vorm gegeven door de psycholoog/psychotherapeut, de maatschappelijk werker, de psychomotorische therapeut en de arts-assistent.

Een behandeling op de polikliniek bestaat meestal uit gesprekstherapie en/of medicatie. De frequentie van het bezoek aan de psychiater varieert van één keer per twee weken tot eenmaal in de twee maanden.

Deeltijdbehandeling

Wanneer de problematiek niet zeer ernstig is, kunnen patiënten gebruik maken van het therapieprogramma van de deeltijdbehandeling. Patiënten in de deeltijd nemen deel aan een variabel aantal therapieprogramma’s per week. Zij brengen de rest van de tijd in hun eigen leefomgeving door.

Doelgroep
Er kunnen verschillende indicaties zijn voor deeltijdbehandeling. Deeltijdbehandeling kan wenselijk zijn wanneer iemand uit de kliniek ontslagen wordt, maar nog een te wankel evenwicht heeft om volledig terug te keren naar de oorspronkelijke woon-, leef- en werksituatie. Verwijzing naar de deeltijd vindt ook plaats vanuit de polikliniek . Dit kan het geval zijn wanneer een poliklinisch contact te weinig verbetering geeft.

Duur
De deeltijdbehandeling duurt in principe niet langer dan drie maanden.

Capaciteit
Op de deeltijd zijn acht fulltime stoelen beschikbaar. De meeste patiënten komen echter in deeltijdbehandeling, zodat er een veelvoud aan patiënten in deeltijd therapie kan volgen.

Therapieprogramma
Elke patiënt krijgt een individueel therapieprogramma. Het aantal te volgen therapieonderdelen hangt af van de afgesproken behandeling. Binnen de deeltijdbehandeling is aandacht voor het functioneren van de patiënt in zijn eigen omgeving en bij het hervatten van sociale verplichtingen.

Zodra een patiënt in deeltijdbehandeling komt, start het therapieprogramma. Er zijn verschillende programma’s toegespitst op de specifieke problematiek en hulpvraag van de patiënt. De patiënt krijgt die therapieonderdelen aangeboden die zijn/haar situatie vereisen. Het aanbod bestaat uit verbale en non-verbale therapieën.

Verbale therapieën

  • psychomotorische therapie (psychegericht);
  • sociale vaardigheidstraining;
  • psycho-educatie;
  • cognitieve gedragstherapie;
  • week-/weekendbespreking;
  • verpleegkundige gespreksgroep.

Non-verbale therapieën

  • psychomotorische therapie (lichaamsgericht)
  • activiteiten
  • stretching
  • creatieve therapie (beeldend)
  • muziektherapie

Uw behandeling op de kliniek

De psychische ontregeling kan dermate ernstig zijn, dat een opname in de kliniek (op de open unit of de gesloten unit) wenselijk of noodzakelijk is. Dit om de omgeving van de patiënt te ontlasten en op adem te laten komen na een langdurige en/of ernstige verstoring van het evenwicht binnen het leefsysteem. Maar uiteraard is een klinische opname er vooral op gericht de patiënt weer een zekere mate van stabiliteit te laten vinden en te werken aan herstel. Bij een klinische behandeling volgen patiënten 24 uur per dag een behandeling op de kliniek.

Aan het herstel dragen onder meer bij:

  • het veilige leefklimaat op de afdeling;
  • de heldere dagstructuur;
  • het uitgebreide pakket aan behandelprogramma’s;
  • de 24-uurs verzorging/begeleiding door de psychiatrisch verpleegkundigen.

Opnameduur
De duur van de opname verschilt per patiënt. Sommige patiënten zijn gebaat bij een crisisopvang van enkele dagen. Voor anderen is een langer verblijf de aangewezen weg. Het streven is echter om de opname zo kort mogelijk te houden zodat de patiënt weer spoedig binnen zijn/haar eigen omgeving kan functioneren. Een opname kan maximaal drie maanden duren.

Bezoektijden
Patiënten in de kliniek kunnen op de volgende tijden bezoek ontvangen:

  • dagelijks van 18.30 tot 20.00 uur;
  • weekends en feestdagen ook tussen 11.00 en 12.00 uur, 14.00 en 16.00 uur.

Therapieprogramma
Zodra een patiënt is opgenomen in de kliniek, begint het therapieprogramma. Er zijn verschillende programma’s toegespitst op de specifieke problematiek en hulpvraag van de patiënt. Het aanbod bestaat uit verbale en non-verbale therapieën.

Verbale therapieën

  • psychomotorische therapie (psychegericht)
  • sociale vaardigheidstraining
  • psycho-educatie
  • cognitieve gedragstherapie
  • week/weekendbespreking
  • verpleegkundige gespreksgroep

Non-verbale therapieën

  • psychomotorische therapie (lichaamsgericht)
  • activiteiten
  • stretching
  • creatieve therapie (beeldend)
  • muziektherapie
  • elektroconvulsietherapie (ECT)

Elektroshock of electroconvulsietherapie (ECT)
ECT is een behandelvorm voor patiënten die lijden aan een ernstige stemmingsstoornis, meestal een depressie. Als medicijnen en gesprekstherapie onvoldoende resultaat boeken, kan ECT voor een bepaalde groep patiënten een waardevol en veilig onderdeel van de behandeling uitmaken.

Bij een elektroconvulsieve schok wordt kunstmatig een epileptisch insult opgewekt. De behandeling wordt uitgevoerd door een psychiater, een anesthesist en een verpleegkundige. De behandelingen vinden op de operatiekamer plaats onder algehele narcose.

Gemiddeld zijn, in overleg met de psychiater, zes tot twaalf behandelingen voldoende. Veel patiënten knappen snel weer op. Bij de meeste patiënten wordt een goed resultaat bereikt. Na de laatste behandeling blijft men nog een periode opgenomen ter observatie. Er worden beslissingen genomen over het gebruik van antidepressieve medicatie. De psychiater maakt in overleg met de patiënt en zijn/haar familie afspraken over de poliklinische nazorg.

Open unit
De patiënten die op de open unit worden opgenomen, kunnen hun problemen verwoorden, willen hulp en komen gericht voor behandeling. Zij hebben geen gesloten deur nodig. Er kunnen afspraken gemaakt worden en zij kunnen groepsgerichte therapieën aan.

De open unit heeft een capaciteit van 19 bedden verdeeld over een-, twee- en vierpersoonskamers. Er is een rokers- en een niet-rokershuiskamer, een ontspanningsruimte, een keuken en een eetgedeelte.

Er is op deze unit een groepsgebeuren zoals de maaltijden, corvee en koffie/ thee drinken. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk in het kader van het individuele behandelplan. Afzonderen kan op de slaapkamer.

Gesloten unit
De kliniek biedt verder de mogelijkheid van zeer intensieve verpleging en behandeling op een gesloten unit . Op deze unit staat de individuele benadering voorop. Op deze unit is altijd een verpleegkundige aanwezig en er wordt individuele therapie aangeboden. Er komt elke dag een psychiater.

Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt wanneer patiënten een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. Daarbij kan het gaan om patiënten met een sterke doodswens (suïcidaliteit) of de neiging zichzelf te beschadigen. Het kan ook zijn dat de patiënt zodanig verward is, dat hij/zij continue begeleiding nodig heeft. Gesloten verpleging wordt ook gehanteerd als de patiënt geneigd is van de afdeling te vertrekken, wanneer dat in de ogen van de behandelaar onverantwoord is. Het streven is om de patiënt zo snel mogelijk van de gesloten unit te mobiliseren naar de open afdeling.

De gesloten unit heeft een capaciteit van vijf bedden, exclusief twee separeerruimten. De patiënten hebben eenpersoonsslaapkamers. Er is een huiskamer en een keuken.

Separeerruimten
De separeerruimten worden gebruikt als de patiënt:

  • een gevaar is voor zichzelf of anderen;
  • geen of weinig externe prikkels aankan.

Patiënten in de separeerruimten worden middels een individueel separeerprogramma zo snel als mogelijk en haalbaar is naar de gesloten unit gemobiliseerd. Wanneer het wenselijk is en de situatie dat toelaat, vindt later de mobilisatie plaats naar de open unit.

Specialisten

  • Mevrouw A.M.L. Oude Elberink

    Mevrouw A.M.L. Oude Elberink

    Mevrouw Oude Elberink groeide op in Twente en volgde haar studie geneeskunde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam alwaar ze in 2008 cum laude afstudeerde. Hierna werkte ze gedurende een jaar in de acute psychiatrie bij Arkin te Amsterdam. Bij Arkin heeft ze vervolgens het grootste gedeelte van haar opleiding tot psychiater gevolgd. Het laatste gedeelte van haar opleiding verdiepte ze zich in de psychotische stoornissen op het AMC. In 2014 heeft ze haar opleiding tot psychiater afgerond en is ze gaan werken in het Waterlandziekenhuis, alwaar ze reeds eerder, nog in het kader van haar opleiding, ook een stage liep. Naast haar werkzaamheden op de polikliniek, consulten en het verrichten van electroconvulsietherapie (ECT), houdt ze zich in samenwerking met de gynaecoloog en kinderarts bezig met de zwangerschapspsychiatrie.

    Poli: maandag, donderdag, vrijdag.

    Sluiten
     
  • Mevrouw M.P. Stuijvenberg

    Mevrouw M.P. Stuijvenberg

    Aandachtsgebied: psychiater

    Aanwezig:

    Maandagmiddag en avond: poli
    Woensdagochtend: poli
    Donderdagochtend: poli

    Sluiten
     
  • De heer dr. G.M.G.I. Ramaekers

    De heer dr. G.M.G.I. Ramaekers

    De heer Ramaekers werd geboren in 1956 en groeide op in Maastricht. Na het gymnasium bèta en twee jaar Diergeneeskunde in Gent (België), studeerde hij psychologie (psychofysiologie) aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte acht jaar als onderzoekspsycholoog aan de Vrije Universiteit en bij de Stichting Dysphatische Ontwikkeling. De studie Geneeskunde volgde hij aan de Universiteit van Amsterdam, de specialisatie Psychiatrie in het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Hij promoveerde in 1991 op de ontwikkeling van de samenwerking van beide hersenhelften bij jonge kinderen. Als psychiater werkte hij in Amsterdam en drie jaar in Willemstad (Curaçao). Hij is lid van de NvvP, de KNMG en the European College of Neuropsychopharmacology.

    Sinds 2003 werkt hij als psychiater op de afdeling PMP van het Waterlandziekenhuis. Daarnaast is hij werkzaam als consulent bij de HSK-groep (arbeidsgerelateerde psychiatrische problematiek) en lid van het bestuur van de Stichting Dysphatische Ontwikkeling.

    Aanwezig:

    Dinsdagmiddag: poli
    Donderdag: poli
    Vrijdagochtend: poli

    Sluiten
     
  • De heer Y. Bijpost

    De heer Y. Bijpost

    De heer Bijpost is geboren in 1968 en groeide op in Sint Maarten. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Vervolgens heeft hij een jaar gewerkt als arts bij de afdeling neurologie van het OLVG te Amsterdam.

    De opleiding tot psychiater heeft hij gedaan bij Prof. Dr R Kahn aan het UMCU te Utrecht. Vervolgens heeft hij 5 jaar gewerkt bij Arkin te Amsterdam in de acute psychiatrie alwaar hij ook meewerkte aan diverse onderzoeken mbt separatie. Hierover is ook een publicatie verschenen. Daarnaast maakte hij deel uit van het specialistische behandelteam voor Borderline Persoonlijkheidsstoornissen, de zogeheten Linehan-behandeling.
    Verder is hij werkzaam geweest op de psychiatrische afdeling en dagbehandeling van het Brandwondencentrum/Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk, hierbij was hij tevens consulent voor revalidatiecentrum Heliomare te Wijk aan Zee.

    Psychotherapie is één van zijn aandachtsgebieden en het betreft hier cognitieve -en psychodynamische psychotherapie en mindfulness. Zijn andere aandachtsgebieden betreffen de biologische behandeling/ beïnvloeding van diverse psychiatrische beelden.

    In het Waterlandziekenhuis maakt hij deel uit van het behandelteam voor adolescenten.

    Aanwezig:

    Maandag: poli, middag: poli
    Dinsdag: poli, middag: poli
    Woensdag: poli
    Donderdag: poli, middag: poli

    Sluiten
     

Patiënteninformatie

BOPZ klachten
Cognitieve gedragstherapie
Cognitief gedragstherapeutische dagbehandeling
EMDR
Neuropsychologisch onderzoek
De psycholoog
Instroomgroep voor jongvolwassenen met psychische en/of sociale problemen
Behandelgroep voor jongvolwassenen met psychische en/of sociale problemen
Therapieprogramma Behandelgroep
Sociale vaardigheidstraining
Resocialiserende dagbehandeling
Stabiliserende dagbehandeling
VERS-cursus

Links
Algemene informatie over psychiatrie
Vereniging voor Gedrags en Cognitieve therapie
website betrouwbarebron

Zie ook:

Pak je leven terug