geschiedenis

Purmerend onderscheidde zich in de vroegste ontwikkeling van het ziekenhuiswezen niet van de rest van Nederland. Aan het einde van de vijftiende eeuw bestonden hier twee kloosters waar ook een afdeling voor ziekenverzorging was ingericht. Lees hier meer over de geschiedenis van de gezondheidszorg in Purmerend.

Ontstaan van Purmerend

De geschiedenis van Purmerend gaat terug tot het midden van de veertiende eeuw. Rond 1340 had Purmerend, zo geheten omdat “het leght aan ’t eynde van de Purmer, ’t welck een meir oft binnenwater was, maer namaels droogh en tot landt gemaeckt”, de vorm van een gehucht aangenomen.
Een eerste aanzet tot de groei van Purmerend gaf de bouw van het slot Purmersteyn, dat in 1413 gereed kwam. Het slot bood bescherming; inwoners uit de omringende plaatsen vestigden zich daarom in Purmerend.

Rond 1430 verkreeg Purmerend stadsrechten. Purmerend was door zijn visserij en scheepvaart een relatief belangrijk handelscentrum geworden. Door het verkrijgen van marktrechten (Purmerend mocht twee jaarmarkten en een weekmarkt organiseren) kwam de nadruk steeds meer te liggen op de nijverheid. In 1704 telde Purmerend bijvoorbeeld drie brouwerijen – bier was in die dagen de drank voor brede lagen van de bevolking- en twee jeneverstokerijen. Andere taken van nijverheid waren: een zeepziederij, een azijnmakerij, een touwslagerij, een scheepstimmerwerf en drie zaag- en meelmolens.

Ziekenverzorging in klooster en gasthuis

Purmerend onderscheidde zich in de vroegste ontwikkeling van het ziekenhuiswezen niet van de rest van Nederland. Aan het einde van de vijftiende eeuw bestonden hier twee kloosters waar ook een afdeling voor ziekenverzorging was ingericht. Kloosterlijke hospitia dienden als voorbeeld voor de gasthuizen. Gasthuizen waren naast opvanghuis voor armen, gebrekkigen, ouden van dagen en slachtoffers van epidemieën, vooral een toevluchtsoord voor hulpbehoevende vreemdelingen.

Door de komst van de geldeconomie in de zestiende eeuw nam het reisverkeer tussen de steden enorm toe. De armenzorg veranderde van karakter: van uiting van christelijke naastenliefde werd het een minimale voorziening. Barmhartigheid maakte plaats voor zakelijkheid. Dat onder de bewoners van de gasthuizen ook zieken waren, was vanzelfsprekend; in zekere zin fungeerde het dus ook als verpleeghuis.

De opvattingen over ziekte en verpleging wijzigen zich vooral in de achttiende eeuw fundamenteel. Uit de barbiersgilden ontwikkelde zich de heelkunde of chirurgie als zelfstandig beroep. De chirurgijnen waren de praktijkmensen. Daarnaast kende men de doctores medicinae, specialisten op het gebied van de inwendige geneeskunde.

In veel steden ontstond de situatie dat het gasthuis steeds meer het karakter van een ziekenhuis aannam. Zo ook het Gast- en Proveniershuis aan de Gouw in Purmerend. Een gevolg van deze verandering was dat het beroep van verpleegster steeds meer in zwang raakte, vooral na 1880.

St. Liduinaziekenhuis en Gast- en Proveniershuis

In 1912 opende de St.Liduinastichting een soortgelijk huis als het Gast- en Proveniershuis. Uiteindelijk ontstond in 1926 formeel het St. Liduinaziekenhuis aan de Emmakade. Beide huizen zagen elkaar als concurrent, vooral in de eerste jaren. Later verbeterde de verhouding tussen de beide ziekenhuizen. Er werden vergaderingen belegd om gezamenlijk de tarieven vast te stellen.

Ondanks de betere verstandhouding deden beide huizen hun best zich te profileren: St. Liduinastichting als een rooms-katholieke, het Gast- en Proveniershuis als een protestante instelling. Voor de protestanten uit Purmerend en de omliggende plaatsen was de band met het Gast- en Proveniershuis veel minder dan die van de rooms-katholieken met het St. Liduina. Het Gast- en Proveniershuis stond in feite bekend als een neutrale- gemeentelijke – instelling.

Stadsziekenhuis

In 1936 werd besloten om van het Gast- en Proveniershuis een nieuw ziekenhuis te maken. In 1940 werd het nieuwe Stadsziekenhuis aan de Purmersteenweg geopend. Het oude Gast- en Proveniershuis werd een rusthuis voor de verpleging van ouden van dagen en andere hulpbehoevenden en kreeg de naam “Avondzon”.

Zowel het Stadsziekenhuis als het St. Liduinaziekenhuis maakten in de jaren na de Tweede Wereldoorlog een enorme groei door. Vanaf de jaren zestig verloor het St. Liduinaziekenhuis steeds meer het specifiek rooms-katholieke karakter.

De verschillen tussen de Purmerendse ziekenhuizen

Uit het in 1974 verschenen “rapport van de commissie tot bemiddeling inzake het ziekenhuisvraagstuk te Purmerend” – deze commissie was ingesteld om te bemiddelen bij de pogingen te geraken tot een groot ziekenhuis in Purmerend – komen nog enkele verschillen tussen beide ziekenhuizen naar voren. De commissie kwam tot de conclusie dat het St. Liduinaziekenhuis “gebrekkig” was, de operatiekamer “niet optimaal” en dat de technische voorzieningen in het algemeen nodig aan vernieuwing toe waren.

In het Stadsziekenhuis werden de accommodatie en de technische voorzieningen in het algemeen beter gevonden, met uitzondering van de operatiekamer, die zo slecht was “dat bepaalde operaties niet meer konden worden verricht wegens gevaar voor infectie”, zodat vernieuwing urgent was. De commissie opteerde voor een fusie tussen beide ziekenhuizen. Gesprekken hiervoor waren echter al gestart.

In 1971 gaf de staatssecretaris van Sociale Zaken naar aanleiding van een aanvraag tot beperkte uitbreiding van het Stads te kennen dat de bevolking van Waterland het meest gebaat zou zijn bij een modern en adequaat ziekenhuis. De noodzaak hiervan moet ook gezien worden in het licht van belangrijke stedenbouwkundige ontwikkelingen in Purmerend, dat aangewezen was als groeikern en tot taak kreeg een deel van de overloop uit het noordelijk deel van de randstad- Amsterdam in het bijzonder- op te vangen. Purmerend zou hiermee groeien naar 100.000 inwoners.

Streekziekenhuis Waterland

In oktober 1976 werd door de besturen van de beide ziekenhuizen aan de staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne medewerking in beginsel gevraagd voor de bouw van een nieuw ziekenhuis in de Gors met een capaciteit van 410 bedden met uitbreidingsmogelijkheden tot 500.

Per 1 juni 1984 gingen beide ziekenhuizen op in een nieuw publieksrechtelijk lichaam: het Streekziekenhuis Waterland. In augustus 1988 werd het nieuwe ziekenhuis in gebruik genomen. In januari 1992 heeft het ziekenhuis haar huidige naam aangenomen: Waterlandziekenhuis.

21e eeuw

In de gemeente Edam-Volendam is in 2002 het Behandelcentrum Waterland-Oost gebouwd.

In 2006 is het Waterlandziekenhuis in Purmerend met 10.000 m2 uitgebreid.

Bron: ‘Eene ziekeninrichting naar de eischen des tijds’ (geschiedenis van het ziekenhuiswezen in Purmerend circa 1400-1990), door Andre Swijtink.